Huurmonitor Q3 2026 - Duurste huurwoningen nu vaakst verkocht
Huuraanbod daalt met 12,9 procent terwijl huurprijs harder stijgt dan inflatie
Rotterdam, 7 oktober 2026 - De verkoop van huurwoningen verschoof in het derde kwartaal van 2026 naar het duurste segment van de vrije sector, blijkt uit een analyse van woningplatformen Pararius en Huurwoningen.nl. Bijna een derde (32,7 procent) van de verkochte voormalige huurwoningen had een huur van meer dan €2.000 per maand, tegen ruim een vijfde (21,3 procent) een jaar eerder. Het aandeel middenhuur, waarvoor sinds 1 juli 2024 de Wet betaalbare huur geldt, daalde in die verkopen van 20,8 naar 14,6 procent. Tegelijk nam het vrije sector huuraanbod af met 12,9 procent en steeg de huurprijs per vierkante meter met 4,4 procent, harder dan de koopprijzen en de inflatie.
Aantal vrijgekomen vrije sector huurwoningen Q3 2026
In het derde kwartaal van 2026 werden 13.517 vrije sector huurwoningen aangeboden. Een jaar eerder waren dat er 15.515. Woningzoekenden hadden 1.998 woningen minder om uit te kiezen, een daling van 12,9 procent.
Er werden 15.102 woningen verhuurd in het derde kwartaal van 2026, 1.585 meer dan er nieuw te huur kwamen. Dat verschil is het grootste sinds het derde kwartaal van 2024.
Aanbod per prijssegment
Pararius deelt het vrije sector huuraanbod in drie prijsklassen in: vanaf de liberalisatiegrens (€1.228,07) tot €1.500 per maand, van €1.500 tot en met €2.000 en boven €2.000 per maand. Ten opzichte van een jaar geleden verschoof het aanbod naar de duurdere prijsklassen. In de goedkoopste prijsklasse van de vrije sector werden het afgelopen kwartaal 3.037 woningen verhuurd, 23,3 procent minder dan in het derde kwartaal van 2025. Dit segment wordt nog steeds het hardst geraakt, waardoor woningzoekenden met een kleine portemonnee steeds minder te kiezen hebben. In de middelste prijsklasse steeg het aantal verhuurde woningen van 4.925 naar 5.432. Boven €2.000 bleef het aantal met 6.633 woningen nagenoeg gelijk (6.543 een jaar eerder).
Gemiddeld aantal reacties op een huurwoning
Een vrije sector huurwoning kreeg in het derde kwartaal van 2026 gemiddeld 23 reacties. Een jaar eerder waren dat er nog 40, een daling van 42,5 procent. Het is het laagste aantal reacties sinds het tweede kwartaal van 2021.
Huurwoningen tot €1.500 per maand vormden in het derde kwartaal van 2026 een vijfde van het aanbod, maar trokken ruim een derde van alle reacties: 20,1 procent aanbod tegenover 35,2 procent reacties. Een jaar geleden was die verhouding minder scheef, met 25,7 procent aanbod tegenover 34,3 procent reacties.
Bij huurwoningen met een huurprijs boven €2.000 is het beeld precies omgekeerd. Dat segment is dit kwartaal het grootste van de drie in aanbod, 43,9 procent, maar trekt verhoudingsgewijs de minste belangstelling: 24,4 procent van de reacties, tegen 25,9 procent een jaar eerder.
De middelste prijsklasse, van €1.500 tot €2.000, trekt de meeste reacties van de drie: 40,5 procent, tegenover 36 procent van het aanbod.
Een vrije sector huurwoning stond in het derde kwartaal van 2026 gemiddeld 21 dagen online. Dat is drie dagen langer dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder, toen dat 18 dagen was.
Binnen elke prijsklasse stond een woning langer online dan een jaar geleden, waarbij duurdere woningen de kroon spannen. Een woning met een huurprijs boven de €2.000 stond doorgaans 27 dagen online, terwijl een huurwoning tot €1.500 binnen 15 dagen weer van de huurmarkt verdween.
Krapte op de huurmarkt
Pararius brengt de verhouding tussen vraag en aanbod in beeld met de krapte-indicator. Die combineert vier elementen: het totale aanbod, de instroom van nieuwe huurwoningen, de looptijd van advertenties en het aantal reacties per woning. Hoe lager de score, hoe krapper de markt.
In het derde kwartaal van 2026 kwam de indicator uit op 0,99, tegen 0,40 een jaar eerder. De krapte nam daarmee iets af, maar een score van 0,99 betekent nog altijd een uitgesproken verhuurdersmarkt. De grens van 5, het punt waarop de markt de vroegste fase van evenwicht bereikt, blijft ver buiten bereik.
Gemiddelde huurprijs vs. vereist bruto inkomen
Nieuwe huurders betaalden in het derde kwartaal van 2026 gemiddeld €1.914 per maand voor een vrije sector huurwoning. Een jaar eerder was dat €1.869. Dat is een stijging van 2,4 procent. Verhuurders vragen doorgaans een bruto maandinkomen van minimaal drie keer de huur. Bij de huidige gemiddelde huur komt dat neer op €5.742 per maand, €135 meer dan een jaar eerder.
Hoewel de maandhuur met 2,4 procent steeg, steeg de gemiddelde vierkantemeterprijs met 4,4 procent aanzienlijk harder. Dat de totale maandhuur toch minder sterk meegroeide, komt doordat het aanbod is verschoven naar kleinere woningen (gemiddeld 96 vierkante meter tegenover 99 vierkante meter een jaar eerder); bij kleinere woningen ligt de prijs per vierkante meter relatief hoger, terwijl de totale huursom onder de streep lager uitvalt.
Pararius Huurprijsindex (PHI)
De Pararius Huurprijsindex volgt de huurprijs per vierkante meter en zet die af tegen de koopprijzen en de inflatie, met 2021 als basisjaar. In het derde kwartaal van 2026 lag de huurprijs per vierkante meter 4,4 procent hoger dan een jaar eerder. De koopprijzen stegen in dezelfde periode met 3,5 procent en de inflatie kwam uit op 3,2 procent.1
Sinds 2021 stegen de koopprijzen met 46,7 procent, de huurprijzen met 34,9 procent en de inflatie met 29,4 procent. Sinds het eerste kwartaal van 2025 stijgen de huren sneller dan de inflatie.
Verschuiving van huur- naar koopmarkt
Wanneer een verhuurder besluit een huurwoning te verkopen, dan komt die woning op de koopmarkt terecht. Deze zogeheten uitponding brengt Pararius in beeld met transactiedata van het Kadaster. In het derde kwartaal van 2026 was 5,4 procent van alle verkochte woningen in Nederland een voormalige huurwoning, tegen 5,9 procent een jaar eerder.2
* De cijfers tot en met Q4 2022 zijn samengesteld op basis van eerdere onderzoeken die ten grondslag lagen aan vorige edities van de Huurmonitor.
Voor de verdeling naar huurprijs koppelden Pararius en Huurwoningen.nl hun eigen huurdata aan de Kadasterdata. Daaruit blijkt tegen welke huur een verkochte woning eerder op een van beide platformen stond. Verhuurders doen steeds vaker duurdere huurwoningen van de hand. Van alle uitgeponde woningen had 32,7 procent een huur van meer dan €2.000 per maand, tegen 21,3 procent een jaar eerder. Dit is voor het eerst sinds de start van deze meting (Q3 2024) de grootste groep binnen de uitponding.3 Het aandeel middenhuur daalde in een jaar tijd van 20,8 naar 14,6 procent.
De Wet betaalbare huur moet huren voor middeninkomens betaalbaar maken.4 Sinds 1 juli 2024 geldt een maximale huurprijs voor middenhuurwoningen tot en met 186 punten in het woningwaarderingsstelsel. Binnen de uitponding is de middenhuur sindsdien elk kwartaal een kleiner deel geworden. Ruim acht op de tien verkochte huurwoningen vallen inmiddels in de vrije sector, waarvoor de wet geen maximale huurprijs stelt. Wel betalen particuliere verhuurders in elke prijsklasse box 3-heffing, en die is sinds 2024 verhoogd.5
“De Wet betaalbare huur moest meer betaalbare huurwoningen opleveren, maar bereikt het tegenovergestelde”, aldus Jasper de Groot, directeur van Pararius. “Sinds de invoering zijn al ruim 76.000 huurwoningen door uitponding van de markt verdwenen6, en de uitponding gaat door. Inmiddels verkopen verhuurders zelfs hun duurste woningen, want met de hogere box 3-heffing is, naar ik vrees voor veel verhuurders, ook verhuur in het dure segment niet meer rendabel. Dit maakt het middel erger dan de kwaal; de schade is nu al enorm en het zal decennia kosten om te herstellen naar het oude niveau, dat destijds al veel te klein was.”
De regionale verschillen op het gebied van uitponding zijn groot. Van alle woningen die sinds 1 juli 2024 in Amstelveen zijn verkocht, stond 13,3 procent eerder op Pararius of Huurwoningen.nl te huur. Weesp volgt met 10,1 procent en Amsterdam met 9,1 procent. Ook Rotterdam (8,8 procent), Wassenaar (8,1 procent) en Hilversum (8,1 procent) scoren hoog. Den Haag en Eindhoven komen allebei uit op 7,6 procent. Utrecht staat als enige van de vijf grote steden niet in de top 15. De ranglijst bevat steden waar sinds 1 juli 2024 minimaal 500 woningen zijn verkocht.
Gemiddelde vierkantemeterprijs per woningtype
Per vierkante meter betaalden nieuwe huurders in het derde kwartaal van 2026 gemiddeld €20,92. Dat is 4,4 procent meer dan een jaar eerder. Appartementen kwamen uit op €22,61 per vierkante meter, een stijging van 5,4 procent. Eengezinswoningen kostten gemiddeld €16,70 per vierkante meter, 1,5 procent meer dan een jaar eerder. In het derde kwartaal van 2025 lagen deze prijzen op €21,45 en €16,46.
Oplevervormen in Nederland
Pararius onderscheidt drie oplevervormen7: kaal8, gestoffeerd9 en gemeubileerd10. Gestoffeerde woningen vormden in het derde kwartaal van 2026 met 48,4 procent het grootste deel van het aanbod. Gemeubileerde woningen volgden met 44,3 procent en kale woningen waren goed voor 7,2 procent.
Gemeubileerd huren is het duurst, met gemiddeld €24,90 per vierkante meter. Voor een gestoffeerde woning betaalden nieuwe huurders gemiddeld €22,09 per vierkante meter en voor een kale woning €18,51.
Huurprijsontwikkeling grote en middelgrote steden
Amsterdam blijft met €28,56 per vierkante meter de duurste stad voor vrije sector huurwoningen. Daarna volgen Amstelveen (€24,72) en Haarlem (€24,34). Het goedkoopst huurt men per vierkante meter in Zwolle (€14,32), Leeuwarden (€14,33) en Helmond (€15,31).
Binnen de G5 stegen de prijzen het sterkst in Rotterdam (+5,0%, €22,92) en Den Haag (+4,8%, €22,95). Utrecht (+2,4%, €22,87) en Eindhoven (+1,6%, €19,61) bleven achter. In Eindhoven werden grotere woningen verhuurd dan een jaar eerder, wat de prijs per vierkante meter drukt. Amsterdam kende met 1,1 procent de kleinste stijging van de vijf.
De grootste stijgingen deden zich voor in Nijmegen (+18,1%) en Hoofddorp (+13,4%). In Nijmegen waren de verhuurde woningen gemiddeld 17,5 procent kleiner dan een jaar eerder, in Hoofddorp 19,2 procent. Kleinere woningen hebben doorgaans een hogere prijs per vierkante meter. In Lelystad (−12,0%) en Dordrecht (−10,5%) daalde de prijs het sterkst, terwijl daar juist grotere woningen werden verhuurd. Dit zijn kleinere huurmarkten, waar een beperkt aantal transacties het gemiddelde sterker kan laten schommelen.
In 36 van de 45 steden met voldoende aanbod lag de prijs per vierkante meter hoger dan een jaar eerder.
Klik hier en hier voor een overzicht van de prijsontwikkelingen in Nederlandse steden.
Provincies
Noord-Holland blijft met €25,44 per vierkante meter de duurste provincie, gevolgd door Zuid-Holland (€21,58) en Utrecht (€20,86). In Drenthe (€13,16) en Friesland (€13,60) huurt men het goedkoopst; het zijn de enige twee provincies met een vierkantemeterprijs onder de €15.
Binnen de Randstad stegen de prijzen in Zuid-Holland (+5,4%) en Utrecht (+4,2%) harder dan in Noord-Holland (+3,3%). De grootste stijgingen op jaarbasis waren er in Zeeland (+9,1%) en Drenthe (+8,5%). In Flevoland bleef de prijs met een stijging van 0,9 procent vrijwel gelijk.
In geen enkele provincie daalde de gemiddelde prijs per vierkante meter.
Klik hier voor een overzicht van de prijsontwikkelingen in Nederlandse provincies.
Over Pararius
Als grootste onafhankelijke woningplatform van Nederland brengt Pararius al jaren de ontwikkelingen op de vrije sector huurmarkt in kaart. De cijfers in deze huurmonitor zijn gebaseerd op huurwoningen die door professionele marktpartijen via Pararius en Huurwoningen.nl worden aangeboden en afgemeld. Dit zijn woningen die daadwerkelijk beschikbaar zijn geweest voor verhuur en waarvan huurprijs, woningkenmerken en looptijd bekend zijn. Cijfers over uitponding zijn gebaseerd op transactiedata van het Kadaster, waarmee wordt vastgesteld welk deel van de verkochte woningen voorheen een huurwoning was. Voor de uitsplitsing naar huurprijs en stad is die data gekoppeld aan de eigen huurdata van Pararius en Huurwoningen.nl.
De data wordt continu bijgewerkt met nieuwe aanbod- en verhuurgegevens, waardoor de huurmonitor een actueel en representatief beeld geeft van de Nederlandse vrije sector huurmarkt. De huurmonitor verschijnt ieder kwartaal en is opgesteld op basis van geanonimiseerde advertentiegegevens. Een uitgebreide toelichting op definities en berekeningen is opgenomen in de methodologie.
Klik hier voor een uitgebreide uitleg van de berekeningen.
Auteurs: Jasper de Groot, Femke Radder en Jeroen Wernekinck
Download de volledige huurmonitor Q3 2026
Laat je gegevens achter en download de volledige huurmonitor in PDF.
Nu aanvragen-
1
Voor de koopprijzen en de inflatie zijn de cijfers over september nog niet beschikbaar. Het kwartaalcijfer is het gemiddelde van juli en augustus.
-
2
Het Kadaster levert transactiedata met ongeveer een maand vertraging. De uitpondingscijfers over het derde kwartaal van 2026 gaan daarom over juli en augustus en zijn voorlopig.
-
3
Deze aandelen beschrijven de verdeling binnen de uitponding en zeggen niets over het absolute aantal uitgeponde woningen per segment.
- 4
-
5
Het box 3-tarief ging per 1 januari 2024 van 32 naar 36 procent. Voor een verhuurde woning rekent de Belastingdienst met een vast rendement van 6,00 procent (2026), los van de werkelijke huuropbrengst. Bron: Rijksoverheid en Belastingdienst.
- 6
-
7
Niet van alle woningen is de oplevervorm bekend. De cijfers per oplevervorm zijn berekend op basis van de woningen waarvan de oplevervorm wel bekend is.
-
8
Houdt in dat de huurwoning zonder meubels, vloeren, verlichting en verduistering wordt verhuurd.
-
9
Houdt in dat de huurwoning zonder meubels maar wel met vloeren, verlichting en verduistering wordt verhuurd.
-
10
Houdt in dat de huurwoning volledig ingericht wordt verhuurd.